“Juristen zijn geneigd om alles in geld te vertalen, maar in massaschadezaken spelen ook andere belangen”
De Wet afwikkeling massaschade in collectieve actie zit niet goed in elkaar, stelt CPO-docent Ruud Hermans. Hij schetst enkele problemen van deze wet. Verder gaat hij in op de verschillende belangen van gedupeerden en op de voordelen van een abstracte benadering van het vaststellen van schadevergoeding.
“Massaschade staat in algemene zin enorm in de belangstelling door de Toeslagenaffaire en de aardbevingsschade in Groningen. Maar die dossiers zijn atypisch omdat ze niet in het civiele recht maar in het bestuursrecht worden opgelost. Voor civiele procedures is er de Wet afwikkeling massaschade in collectieve actie, de Wamca. Er worden redelijk veel Wamcaprocedures gevoerd, maar het zijn er minder dan men had verwacht bij de invoering van deze wet vijf jaar geleden. Dat komt omdat er problemen zijn met de Wamca; de wet zit niet goed in elkaar. Het Wetenschappelijk Onderzoek- en Datacentrum van het ministerie van justitie, het WODC, onderzoekt en evalueert momenteel de Wamca.”
Problemen Wamca
“De Wamca bestaat uit een ontvankelijkheidsfase en een inhoudelijke fase. De ontvankelijkheidsfase duurt veel te lang, die kan wel 2,5 jaar duren. Dat is een van de problemen van deze wet. De lange duur van deze fase zorgt ervoor dat de kosten van een procedure omhooggaan. Dit is met name een frustratie aan de kant van eisers. In de evaluatie zal hiervoor ongetwijfeld aandacht worden gevraagd. Ook de eisen die de Wamca aan claimstichtingen stelt gaan soms wel erg ver. Datzelfde geldt bijvoorbeeld voor de toets die aan de financiering voor deze procedures wordt gesteld. Deze aspecten zorgen voor enorme vertraging in de procedure. Ook zorgen ze ervoor dat het moeilijker is om een zaak te financieren en dat heeft weer tot gevolg dat geschillen die zich wel zouden lenen voor een Wamca-procedure niet van de grond komen.”
Schadevergoeding abstraheren?
“Een ander probleem in Wamca-zaken is de vraag hoe je kunt abstraheren van de individuele omstandigheden van het geval. Want wanneer je iets voor tienduizenden mensen wilt oplossen, dan kun je niet elk geval individueel bekijken. De vraag is daarom: in hoeverre kan en mag je abstraheren? In de Wamca staat dat de schadevergoeding moet worden vastgesteld zoals in een normale procedure. Boek 6, titel 1, afdeling 10 BW is dus van toepassing als het gaat om schadevaststelling. Daarin is een concrete schadeberekening het uitgangspunt, maar in de wetsgeschiedenis staat ook dat de rechter de schade bij voorkeur moet vaststellen in de vorm van categorieën om het hanteerbaar te houden. Dat levert een spanningsveld op. Daan Barbiers, die op 3 april 2025 is gepromoveerd, heeft over dit dilemma een mooi proefschrift geschreven.”
Voorbeeld abstracte benadering schadevergoeding
“Een mooi voorbeeld van een abstracte benadering van het vaststellen van de schadevergoeding is een uitspraak van een rechtbank in een zaak over schade door dieselsjoemelsoftware. De rechtbank heeft daarin aangegeven dat een redelijke oplossing zou kunnen zijn dat voor een nieuwe auto met sjoemelsoftware 3000 euro schadevergoeding kan worden betaald en voor een gebruikte auto 1500 euro. Of die bedragen juist zijn kan ik niet beoordelen, maar het idee steun ik. Het werken met forfaitaire bedragen is een vorm van abstractie waarmee je een schadevergoedingszaak zou kunnen oplossen. De vraag is alleen hoe gedupeerden zo’n oplossing vinden.”
Andere belangen van gedupeerden
“Bij gedupeerden spelen namelijk ook ander soort belangen dan alleen financiële belangen. Het gaat ze bijvoorbeeld om procedurele rechtvaardigheid. Ze willen gehoord worden, willen erkenning voor het leed dat ze is aangedaan en willen dat verantwoordelijkheid wordt genomen voor gemaakte fouten. De vraag is hoe je een belangenorganisatie kunt inrichten om ook dit soort belangen te kunnen behartigen. En in massaschadezaken speelt het gevoel dat men gelijk behandeld wil worden ook een belangrijke rol. Iemand die in een straat in Groningen in een identiek huis als dat van zijn buurman woont, wordt boos als die 80 euro schadevergoeding krijgt en de buurman 100 euro. Krijgen ze allebei 50 euro, dus minder maar wel hetzelfde bedrag, dan is er geen probleem. Juristen zijn geneigd om alles in geld te vertalen, maar vaak speelt er dus meer.”
Uitvoeringskosten
“Het idee dat je een vrij simpele formule maakt om schadevergoeding vast te stellen waarmee partijen het moeten te doen, daar ben ik een voorstander van. Ook om de uitvoeringskosten van een massaschade te drukken. Een voorbeeld: in de zaak die speelde rondom rentederivaten die banken aan kleine bedrijven hebben verkocht, is 1,5 miljard euro aan schadevergoeding betaald aan de kleine ondernemers, terwijl de uitvoeringskosten 800 miljoen euro bedroegen. De uitvoeringskosten voor de Toeslagenaffaire zijn al meer dan 2 miljard euro en bij de aardbevingsschade in Groningen gaat het bij de uitvoeringskosten om tientallen procenten van het totale schadebedrag. Ook dat is een reden waarom het beter is om met abstracte bedragen voor het vaststellen van schadevergoeding te werken. Bijkomend voordeel is dat een procedure dan ook veel sneller is afgerond.”
Vaardigheden
“Het opzetten van een massaschadeprocedure vergt een behoorlijke organisatie. De wet stelt daaraan verschillende eisen. De belangenorganisatie moet representatief zijn en kunnen aantonen dat die gesteund wordt door deelnemers. Er moet een bestuur en een raad van toezicht zijn. Verder moet ook financiering worden aangetrokken. Dit alles vraagt specifieke vaardigheden. Denk bijvoorbeeld aan het uitonderhandelen van een financieringsovereenkomst. Dat geldt ook voor het treffen van een schikking voor de claim: hoe pak je dat praktisch aan? En wat doe je als de claimorganisatie over te weinig informatie beschikt? Dit komt regelmatig voor. Kortom, bij een massaschadeprocedure gaat het niet alleen om de juridische regels. Minstens zo belangrijk is de vraag hoe je die procedure praktisch aanpakt. Al deze aspecten komen aan bod in de opleiding Massaschadespecialist.”
Ruud Hermans is oud CPO-hoogleraar Geschiloplossing in de (inter)nationale privaatrechtelijke rechtspraktijk aan de Radboud Universiteit en raadsheer-plaatsvervanger bij het gerechtshof Den Haag.