CPO-docent Ruud Hermans benadrukt het belang van even afstand nemen van de dagelijkse praktijk. Dan zie je waar je mee bezig bent en kun je daarop reflecteren. Zo blijf je scherp én maak je het verschil als jurist.
“Het is belangrijk dat je niet alleen kijkt naar de inhoud van juridische regels maar ook naar hoe die in de praktijk worden toegepast. Daarom is permanente educatie zo belangrijk omdat je af en toe ook even van een afstand moet bekijken waar je mee bezig bent. Dat is precies wat je in een cursus doet. Mijn ervaring is dat als je even loskomt van de individuele dagelijkse praktijk, je gedwongen wordt om te reflecteren op waar je mee bezig bent. Zo blijf je scherp én maak je het verschil als jurist. Ik heb dat onder andere gedaan door mijn werk als praktijkjurist – ik ben 35 jaar advocaat geweest – te combineren met doceren en publiceren.”

Rechtspraktijk beïnvloeden
“Wat ik interessant vind, is dat je met publicaties de rechtspraktijk kunt proberen te beïnvloeden. Soms ben je daarmee succesvoller dan andere keren, maar met name bij het onderwerp van mijn proefschrift, het onderzoek in de enquêteprocedure, zie ik dat het de praktijk daadwerkelijk heeft beïnvloed. Mijn – en overigens ook van anderen – fundamentele kritiek over de manier waarop die onderzoeken werden uitgevoerd, heeft ertoe geleid dat er nu praktijkregels zijn voor hoe je dat moet doen. Het is een voorbeeld van op een afstand naar de praktijk kijken en daarop reflecteren. Daarmee kun je verschil maken.”
Wetenschappelijke kritiek
“Ook op de Wet afwikkeling massaschade in collectieve actie, de Wamca, is veel kritiek vanuit de praktijk. De wet zit niet goed in elkaar. De Wamca wordt momenteel onderzocht en geëvalueerd door het Wetenschappelijk Onderzoek- en Datacentrum van het ministerie van justitie, het WODC. Ik ben benieuwd in hoeverre in dat onderzoek de kritiek op de wet doorklinkt. In mijn oratie als CPO-hoogleraar heb ik een rechtseconomisch model gebruikt met wiskundige formules en grafieken om te analyseren hoe bepaalde rechtsregels uit de Wamca werken. Daaruit heb ik conclusies getrokken die ik heb vertaald in aanbevelingen voor hoe het recht moet worden aangepast. Met die aanbevelingen kijk je op een heel andere manier om naar het afwikkelen van massaschadevergoedingen. Uiteraard ben ik ook benieuwd in hoeverre de suggesties die ik heb gedaan worden opgepakt. Maar de ervaring leert ook dat je met wetenschappelijke kritiek geen haast moet hebben. Soms duurt het 10 tot 15 jaar voordat er iets mee wordt gedaan.”
Ruud Hermans is oud CPO-hoogleraar Geschiloplossing in de (inter)nationale privaatrechtelijke rechtspraktijk aan de Radboud Universiteit en raadsheer-plaatsvervanger bij het gerechtshof Den Haag.